De belevenissen van Den Grooten Ontdekkingsreisch zijn eindelijk helemaal verteld, en dus kan ik eens werk maken van een paar andere verhaaltjes. Want ook na Memorial Day heb ik uiteraard niet wat je noemt stil gezeten.
Op de unief bijvoorbeeld – waar ik in tegenstelling tot wat de blog doet vermoeden wel degelijk het merendeel van mijn tijd doorbreng
– ben ik actief op verschillende projecten in parallel. Een leuke en gevarieerde mix van uitdagende topics in de wondere wereld van warmtetransport op (zeer) kleine en (ultra)snelle schaal. Het brengt een min of meer vloeiende stroom aan drukte met zich mee, tot nader order in de ‘gezellige’ en ‘doenbare’ zin.
Maar goed, ik kom hier niet om je te vervelen met work talk. Snel écht ter zake dus: rondzappen tussen uitstapjes! Eén van die weekendavonturen bracht me naar Mount Diablo, ongeveer 30 kilometer ten oosten van Berkeley. Met zijn piek van bijna 1200 meter boven zeeniveau is het één van de hoogste toppen én prominent herkenningspunt in de ruime San Francisco Bay Area. Zoals heel vaak het geval in de VS zijn die natuurlijke bezienswaardigheden relatief vlot toegankelijk voor bezoekers, soms op het randje van drive-in toerisme af. Tegelijk worden ze nauwlettend beheerd en – terecht – strikt wettelijk beschermd, in dit geval onder de vorm van een State Park.
De hoofdweg slingert zich 18 lange kilometers omhoog, tot helemaal aan de top. Daar wordt de heroische klim beloond met een groot uitkijkplatform. Gek genoeg krijgt het vogelperspectief van daaruit stevige concurrentie van de flarden landschap die je onderweg tussen het geconcentreerd autorijden door kunt bewonderen. Begrijp me niet verkeerd: er is daar hoog vanboven heel wat te zien, kijk zelf maar even rond! Het zit alleen – zeker in de zomer – vaak verstopt onder een dekentje van waas. De combinatie van een brandende zon rond haar hoogste punt van het hele jaar en een gigantische inham vol ijskoud oceaanwater is nu eenmaal een gegarandeerd recept voor mist. Naar verluidt kun je bij ideale omstandigheden zelfs de bergtoppen van de Sierra Nevada (een goeie 100 kilometer landinwaarts) ontwaren aan de horizon. Iets om in mijn gedachten te houden voor het regenseizoen: de kansbarometer op het kraakheldere lucht klimt nooit zo hoog dan op zonnige dagen vlak na een winterstorm.
Wat mij trouwens onderweg nog opviel: er zijn verbazend veel (semi-professionele) fietsers die zich aan de beklimming wagen – en met succes voltooien. Misschien zijn ze aan het trainen voor de wielerwedstrijd. Elk jaar komen begin oktober namelijk rond de 1000 enthousiastelingen/-gekken naar de voet van de berg afgezakt om na een massastart in de kortst mogelijke tijd Mount Diablo te bedwingen op twee wielen. Sommigen bereiken de top in minder dan 50 minuten… (wieler)petje af!
Tot slot nog dit, voor wie wazige vlekjes op mijn foto’s zou bemerken. Nee dat zijn geen vieze spatten op mijn lens, maar… voorbijvliegende lieveheersbeestjes. Ze waren werkelijk overal. In het Engels heten ze ladybugs, en dat woord is misschien niet onaardig gekozen. Want ja, ze drijven gracieus en sierlijk mee op de wind, en zijn schattig om naar te kijken met hun sproetjes. Maar als ze in hordes van honderden op je af komen, blijft het toch even schrikken
