Zoals je misschien hebt geraden, schrijf ik vanuit Washington DC, hoofdstad van de Verenigde Staten. Ik ben hier voor de AFOSR review meeting (waaronder ook mijn onderzoeksproject valt) die plaatsvindt van maandag tot woensdag in naburig stadje Arlington. Een heel wat interessantere omgeving dan vorig jaar dus (zie: proffenleger). Vooraleer de conferentie van start gaat profiteer ik van het weekend om verder op sightseetocht in DC te trekken langs de vele iconische gebouwen – zoals het Witte Huis hierboven – en statige memorials opgedragen aan vroegere presidenten.
De voorspelde onweersbuien zijn tot dusver gelukkig uitgebleven. Het is constant zwaar bewolkt en de vochtigheid vervelend hoog, maar regen hebben we nog niet gezien. En hopelijk blijft dat zo. Volgende week spring ik na de vergadering immers een huurauto in voor een bezoek aan diverse National Parks in de ruime omgeving, om af te sluiten in de stad Philadelphia. Een stevige lus die me doorheen (stukjes van) de staten Virginia, North Carolina, Tennessee, Kentucky, Indiana, Ohio, Pennsylviana, New Jersey en Maryland brengt.
Misschien tot ergens van daaruit!
Een eerste verslagje over mijn Labor Day trip eerder deze maand is – komt ie – klaargestoomd. Een etappe, zoals je misschien al hebt geraden, die gaat over Lassen Volcanic National Park.
Het gebied dat letterlijk en figuurlijk broebelt van geothermische verschijnselen is vernoemd naar Lassen Peak, een nog altijd actieve vulkaan die deel uitmaakt van de beruchte Ring of Fire die de rand van de Pacifische aardplaat omzoomt. De vuurberg onstond ongeveer 27000 jaar geleden, in geologische termen piepjong en dus verre van versleten. Tijdens de tot dusver laatste reeks uitbarstingen, van 1914 tot 1916, werd af en toe al eens een aswolkje tot 9 kilometer hoog de lucht ingeblazen.
Het is net naar aanleiding van die erupties dat de toenmalige Amerikaanse regering besloot het natuurgebied te beschermen als nationaal park. Op sommige vlakken zou je het de Californische versie van Yellowstone-in-het-klein kunnen noemen, weliswaar zonder de geysers en bizons.
Ook hier komt in sommige gebieden magma zo dicht tegen de aardkorst opgerispt dat zwaveldamp uit spleten in de grond blaast en het oppervlaktewater letterlijk begint te koken. Op diverse plekken kun je je vanaf houten staketsels vergapen aan het onwelriekende spektakel. Die boardwalks zijn trouwens een verre van overbodige luxe. Een goeie 150 jaar geleden zakte een zekere meneer Bumpass (jawel) tijdens het rondgidsen van een paar toeristen opeens door de dunne korst van opgedroogde modder. Hij kon relatief snel weer op vastere grond worden geholpen, maar liep wel derdegraads brandwonden op aan beide benen. De anecdote dat hij, zoals hij het zelf verwoordde ‘levend was teruggekeerd uit de regelrechte hel’, ging al snel rond als – euh – een lopend vuurtje
De betreffende regio, bezaaid met kolkend hete meertjes en pruttelende modderpotten, werd naar hem vernoemd. Bumpass Hell is, volkomen terecht, nog altijd één van de grootste trekpleisters van het park.
Tot slot nog dit: ik moest, als Vlaamstalige, toch wel even een lachje onderdrukken toen ik op de parking van het bezoekerscentrum aankwam. Bordjes wezen in grote letters de weg naar het Yah-mah-nee Visitor Center. Het eerste National Park dat een Ammoh-battn-doet kampeerterrein inhuldigt, krijgt van mij een CD van Flip Kowlier
Well I’m standing by the river
but the water doesn’t flow
it boils with every poison
you can think of
- Chris Rea, Road to Hell
Vorige zaterdag moest ik heel sterk denken aan dit liedjesfragment. Aan de rand van een broebelend en vreemd gekleurd stroompje, met verstomming uitkijkend over de toepaselijk genaamde Bumpass Hell in Lassen Volcanic National Park, klopte het bijna letterlijk woord voor woord. Geothermische activiteit in het gebied doet het oppervlaktewater letterlijk koken, en stuwt gratis een flinke portie zwaveldampen en mineralen in haast buitenaardse tinten in de mix.
Amerika genoot van een verlengd weekend ter ere van Labor Day, en naar goede traditie trok ik er even op uit voor een roadtrip expeditie in de halve wildernis. Deze keer een grote lus noordwaarts tot aan het magistrale Crater Lake in Oregon, in totaal goed voor 2200 kilometer op 3 dagen tijd. Onderweg passeerden naast Lassen ook nog Lava Beds en Redwood de wandel- en fotorevue. In afwachting van een later uitgebreid verslag, alvast dit overzichtsfilmpje dat ik maakte.
De walm van rotte eieren moet je er zelf bijdenken, en dat is maar goed ook. Prijs u gelukkig dat geurvideo bij mijn weten nog niet is uitgevonden
Gegroet! Jawel eindelijk roer ik me nog eens. Het is hectisch geweest de voorbije weken en dat zal wellicht nog even zo blijven… Maar voor alle duidelijkheid geef ik met plezier even mee dat ik na een drukgevulde maar geslaagde vakantie op Vlaamse bodem wel degelijk weer veilig ben aangekomen in Californië eind vorige maand.
Na meer dan anderhalf jaar op Amerikaanse bodem liep naast de blijdschap bij de vele gezellige weerziens een rode draad van “even-wennen-maar-toch-vertrouwd” doorheen mijn Belgisch verblijf. Sommige zaken die ginder als doodnormaal en dagdagelijks worden ervaren, sprongen voor mij opeens wel stevig in het oog.
Een kleine bloemlezing: Belgenland…
- …lang klaar-land Santa Cruz ligt ruwweg 15 graden zuidelijker dan België, en het verschil laat zich stevig voelen. De zon staat hier ’s middags een stuk hoger aan de hemel, maar gaat zelfs in hartje zomer rond 20u30 onder, en tegen een uur of negen is de show van de dag onherroepelijk uit. Ginder is dat wel even anders, met wat op een eindeloos gerekte zonsondergang lijkt en de schemering die tot na 22u30 aanhoudt. Pas nu kan ik ten volle appreciëren wat Gabriel Rios, als Costa Ricaan nog een pak dichter bij de evenaar opgegroeid, ertoe bracht om zijn Broad Daylight neer te pennen na zijn eerste Belgische zomer. Hij hield er een radiohit aan over, ik vooral een vertekend tijdsgevoel en chronisch laat bedtijduur
- …klein land Mijn sociale ronde van Vlaanderen bracht me per trein en auto vanuit thuisbasis Izegem in Roeselare, Hooglede, Brugge, Gent, Antwerpen en Leuven. Waar vooral die laatste twee vroeger zowat het halve eind van de wereld konden lijken, zijn ze in mijn verruimde visie verrassend dichtbij. Als Californiër ben je na anderhalf uur rijden min of meer opgewarmd, eventueel in de buurt van het snelwegnetwerk dat je nodig hebt, en kan de échte reis beginnen.
- …wisselvallig land Over het weer praten is een cliché van jewelste, maar het was dan ook moeilijk om het niét te vermelden. De kalender wees de tweede helft van juli aan, ik keek uit het vliegtuig-/auto-/treinraampje, en ik zag dat het niet goed was. Welgeteld twee halve dagen is de zon door het hardnekkige wolkendek en regenvlagen gebroken, met een thermometer die met moeite aan 20 graden geraakte. Ik beken: iedereen klaagt over het weer, maar niemand doet er iets aan… Guilty as charged, meneer Twain.
- …koeienland Op het eerste zicht misschien wat verrassend of vergezocht maar geloof me: ze zijn overal. (Op figuurlijk vlak komen daarentegen meer en meer associaties met apen en bananen in mij op, maar laten we vooral niet over beschamende politieke (wan)toestanden beginnen.) In talloze velden staan de Bella’s rustig hun gras te grazen langs de snelweg, spoorlijn, gewestwegen op de boerenbuiten… Ook hier in de Golden State is landbouw rijkelijk aanwezig en vooral in Central Valley big business, maar die concentreert zich vooral op fruit, groenten en wijnbouw. Veeteelt is relatief zeldzaam en als je dan al eens een ranch passeert zijn de koebeesten steevast pikzwart. De (West-)Vlaamse zijn fotogenieker met hun jas in wit of chocomelkpatroon, al dat doet niks af aan hun talent om soms énorm dwaas te staan kijken
- …doolhofland Steden in dambordpatroon, brede avenues en overzichtelijke boulevards, een efficiënt netwerk van ruime snelwegen: als halve Amerikaan raak je behoorlijk verwend. Het Belgische systeem vol kronkelbaantjes was behoorlijk schrikken. Het is een kop-of-munt probleem: straatnamen zijn ofwel slecht, ofwel helemaal niet aangeduid. Ik heb meerdere keren voetgangersrondjes gemaakt en verscheidene minuten verloren op een stervormig knooppunt van vijf straten na het buitenkomen van het centraal station in Brussel, om uiteindelijk dan toch de juiste richting te vinden naar de Amerikaanse ambassade.
- …claustrofobisch land Akelig nauwe straten mét geparkeerde auto’s, een knagend gebrek aan open ruimte met kleurloze gebouwen en al even grauwe lage wolkenlucht die van alle kanten op je af lijken te komen: aaaaaaarrrhh!
- …lekker land Om in smakelijke schoonheid te eindigen: deze was een makkie. Zelfs voor mijn terugkeer was er geen twijfel mogelijk dat de doorsnee Belgische horeca een stuk verfijnder is en een superieure prijs-kwaliteit verhouding heeft. De Gentse cuberdons en royale stapel fondant Côte d’Or chocolade die ik voor een aantal Californische kennissen heb meegebracht vielen alleszins erg in de smaak. Bovendien zijn heel wat Belgische bieren ook hier te vinden in de gespecialiseerde liquor stores, en bijgevolg ook in exclusieve mate in mijn keukenkast
Tijdens een homecoming bezoek als het mijne bekijk je je eigen moederland automatisch een beetje met toeristenogen, en daar horen dus ook foto’s bij. Ga gerust even kijken op mijn fotopagina voor een paar sfeerbeeldjes uit het Emelgems hinterland, feestend Gent, (be)geinig Leuven en Schots Brugge.
Tot blogs — en nog eens bedankt aan allen voor de gezellige ontvangst, het was fijn jullie terug te zien!
Summons enclosed – Failure to respond may subject you to penalty
Jury duty is your civic responsability
Dat schreeuwden onheilspellende rode letters me begin deze week toe vanop een envelop verzonden door de Superior Court of California – Santa Cruz County. Eerst dacht ik heel even dat ik totaal onbewust zelf iets had mispeuterd maar het ging om de andere zijde van vrouwe Justitia haar weegschaal. Ik ben opgeroepen om te zetelen als jurylid een proces. De hele eerste week van augustus moet ik me beschikbaar houden om me desgewenst naar de rechtbank van Santa Cruz of Watsonville te reppen.
Niet meteen iets om met ongeduld naar uit te kijken, maar het lezen van de kleine lettertjes bracht verlossing. Zoals ik had vermoed kan (en moet) ik me onbevoegd laten verklaren omdat ik geen US citizen ben. Oef, dat was snel geregeld. Was het ontsnappen aan de toorn (en belachelijk hoge taxatieschalen) van de Belgische belastingsdiensten ook maar zo eenvoudig.
Ondertussen ben ik helemaal klaar voor de inpakken-en-wegwezen show. Het merendeel van de dag was ik druk in de weer met valiezen samenstellen en last-minute planningen. Zoals velen onder jullie – en de weergoden ginder blijkbaar ook!? zucht… – weten spring ik morgennamiddag het vliegtuig op, voor wat deugddoende vakantie in België.
I’ll see you at the other side
Eerder had ik al Lennon en dit keer Cash, benieuwd welke muzikale John(ny) er nog zoal de blogrevue zal passeren
De zomer is ondertussen al een tijdje officieel bezig, en dat betekent aan de Central Coast: verrassend koude oceaanbries en mistbanken. Meestal lost de deprimerende grijze smurrie op tegen rond de middag, maar sommige dagen blijft een hardnekkige waas de hele dag hangen. Niet meteen bevorderend voor zomerse sfeer en temperaturen, maar de gesluierde zon – die deze tijd van het jaar bijna loodrecht boven onze hoofden passeert op deze noorderbreedte – levert soms wel een fijn lichtspel op.
Achteraf bekeken was de mysterieuze cirkelregenboog behoorlijk symbolisch. De voorbije weken voelde het soms alsof ik zélf in een vurige draaikolk was terecht gekomen. Wetenschappelijke intriges in mijn onderzoeksgroep, een vriend van een collega die verongelukt in een nachtelijk fietsongeval met vluchtmisdrijf, een 9-daagse werkmarathon en tussendoor een totaal onverwachte en stevig gepeperde Belgische belastingsfactuur: het zijn rare tijden. Ik heb alvast ‘De Belastingscontroleur’ van Urbanus eens van onder het mp3-stof gehaald. Het verschaft een kleine portie troost, en een pijnlijk inzicht: dit tragikomisch liedje is geen comedy-act, maar een bloedernstige documentaire.
Het voorbije weekend werden de kopzorgen even opzij geblazen met wat frisse berglucht. Fris in figuurlijke betekenis weliswaar: de thermometer stond zelfs ’s morgens vroeg dicht tegen de 30 graden. Omdat Independence Day – de Amerikaanse nationale feestdag die zoals bekend wordt gevierd op 4 juli – dit jaar op een maandag viel, genoot de VS van een verlengd weekend. Ik profiteerde er dankbaar van om op verkenning te trekken in Kings Canyon en Sequoia National Parks, aan de westzijde van de Sierra Nevada.
Een uitgebreid verslag daarover mag je hier later eens verwachten, maar dit wil ik alvast al even kwijt. Zaterdag was veruit de meest memorabele dag en niet alleen omwille van de landschappen. Die avond beleefde ik de schrik van m’n leven. Of het zal alleszins niet veel hebben gescheeld. Op het einde van een wandeltochtje doorheen de Zumwalt Meadows stond ik oog in oog met een beer. Ik was op terugweg richting parking, ongeveer halverwege een voetgangersbrug over de rivier. En opeens was hij daar: op de andere oever verscheen een beer die de brug opkuierde en nieuwsgierig mijn richting uitkwam.
Grizzly’s zijn uitgestorven in Californië, de overblijvende exemplaren zijn allemaal zwarte beren – ook als ze bruin zijn
– die gelukkig een stuk kleiner en zelden agressief zijn. Het exemplaar dat ik zag was hoogstwaarschijnlijk de ‘cinnamon’ subvariant (Ursus americanus cinnamomum), zie hier voor een voorbeeldje. In elk geval: als je zo’n iconisch en imposant wild beest (dat waarschijnlijk even groot was als mij als hij op z’n achterpoten zou staan) op je ziet afkomen weet je dat het menens is en schiet je volledige systeem in overlevingsmodus. Ik had gelukkig mijn huiswerk gemaakt: tijdens mijn lunch had ik de berentips gelezen in de National Park brochure. Met wat gebrul (het mijne, de beer was stil en deinsde even terug van mijn intimidatie) kocht ik genoeg tijd om achteruit te wandelen – wat je normaal beter niet doet, maar ik had geen keuze – terug naar de andere oever om daar vliegensvlug dennenappels, stenen en ander wapentuig te verzamelen. Ondertussen was de beer de brug overgestoken en tot op bijna 5 meter genaderd. Een nieuwe gil en een afketsende steen die ik tegen de boom naast hem smeet waren gelukkig voldoende om hem grondig bang te maken, en tot mijn grote opluchting stoof hij het bos in, weg van de brug.
Alles bij elkaar duurde de hele episode nog geen 2 minuten, maar ik hoef er geen prentje bij te maken: het zijn er heel intense. Toen ik nog wat zat na te trillen in de auto was ik vooral blij dat het goed was afgelopen, en ook voor het voorrecht om zo’n relatief zeldzame ontmoeting met de ongerepte natuur mee te mogen maken.
Beeldmateriaal is er helaas (of zeg maar uiteraard) niet, op zo’n moment heb je iets belangrijker dingen te doen… Maar geloof me op mijn woord: er werden géén broodjes gesmeerd, alleen platen gepoetst
Zoals je misschien nog herinnert, trok ik eind vorig jaar tijdens de kerstdagen op verkenning in zuidelijk Arizona. Ontelbare cactussen in alle soorten en vormen, het was een leuk alternatief voor de traditionele kerstboom. Meteen zat ik ook goed voor een flinke dosis winterzon en zeer aangename 18 graden, een goed getimede ontsnapping aan de Californische zondvloed. De hele week lang werd Santa Cruz geteisterd door windvlagen en plensbuien van soms letterlijk dagen aan een stuk. Na terugkomst van mijn reis was het spurten geblazen van aan de bushalte in de gietende regen en door centimeters diepe plassen. De metalen roosters in de weg waren van afvoer in fontein veranderd, dat zegt misschien genoeg.
De eerste dag begon in Phoenix – hoofdstad van Arizona – waar ik de avond voordien was geland vanuit San Jose. Een mooie gelegenheid om te doen waar ik tijdens mijn doortocht op weg naar de Grand Canyon geen tijd had voor gehad: het rondkuierend bewonderen van het statige State Capitol en de omringende parkplaza’s.
Van daaruit ging het met de huurauto naar het zuiden tot vlak aan de Mexicaanse grens, voor een uitgebreide verkenning van Organ Pipe Cactus. Dit National Monument is één van de enige plaatsen ter wereld waar deze fotogenieke woestijnplant voorkomt. In tegenstelling tot hun verre neven – de iconische saguaro’s, met centrale stam en zijarmen – groeit deze cactussoort vanuit 1 centraal punt uit als een bundel van kromme orgelpijpen. Naar goeie traditie bestond mijn bezoek uit een gebalanceerde mix van sightseeing per auto en de nodige kilometers stappen. Zoals vaak het geval (en niet meer dan logisch) is het vanaf de wandelpaden dat je de beste landschappen te zien krijgt, en up close and personal voeling krijgt voor de wilde natuur waar het uiteindelijk allemaal om draait.
Na een zinderend kleurrijke zonsondergang zorgde de autorit naar Tucson via Highway 86 voor een (iets te) avontuurlijke afsluiter. De backroads doorheen het grensgebied, een eindeloos en aardedonker woestijnniemandsland, staan bekend als smokkelroutes voor drugs vanuit Mexico. En dat heb ik van nabij mogen ondervinden. Onderweg zijn een paar checkpoints van de US Border Patrol opgericht, waar elk voertuig moet stoppen en zo nodig grondig wordt gecontroleerd door speurhonden en (eveneens blaffende) gewapende kleerkastofficieren van de grenswacht. Verboden middelen had ik langs geen kanten bij, en het eerste punt werd dan ook zonder enig probleem in minder dan een minuut geklaard.
De tweede keer – in een highly sensitive area zoals verkeersbordjes aangaven – bleek mijn Californische identiteitskaart echter onvoldoende, en dus werd ik langs de kant gezwierd. Ik werd er fijntjes op gewezen dat ik als non-resident alien ten allen tijde mijn immigratiedocumenten – voor de geïnteresseerden: paspoort, I-94 en DS-2019 – moet kunnen voorleggen. Wat strikt wettelijk genomen inderdaad zo is, al wordt daar meestal flexibel en begrijpend mee omgesprongen. Ik kan hun standpunt van dat moment wel enigszins begrijpen: op kerstavond om 22u als buitenlander moederziel alleen rondtuffen op een weg als deze, het komt een tikkeltje verdacht over. Mijn oprechte argument dat ik mijn paperassen thuis in Santa Cruz bewaar ter voorkoming van verlies of diefstal, en als compensatie kopies in de auto (en scans op de laptop) bijheb, was ook niet goed genoeg. Papiere sind Papiere, weet je wel
Gelukkig is er nog de moderne techniek. Over de politieradio en via de gsm werd druk overlegd met de dispatch, die naarstig mijn dossier in de immigratiecomputers uitplozen. Na een spannend kwartier van grondige bagagecontrole en cruciaalste spervuur van quizvragen ooit (Wat doe je in de VS? Wat is de naam van je werkgever? Waar ligt Santa Cruz? Welke dag ben je op Amerikaans grondgebied aangekomen? Via welke luchthaven?) kwam het goede nieuws: mijn verhalen bleken allemaal waterdicht, en ze zouden het hierbij laten.
Het was even schrikken, maar dankzij de opluchting achteraf werd het nog een extra merry christmas indeed. En jawel, sindsdien neem ik wel al mijn documenten netjes mee telkens ik op meerdaagse uitstap vertrek. De ezel prikt zich geen twee keer aan hetzelfde orgel, dat spreekt vanzelf
En mijn timing heeft ongetwijfeld in mijn voordeel gespeeld: zelfs de border patrol kon het uiteindelijk moeilijk over hun hart krijgen om luttele uren voor kerstmis een kleine misstap van een eerlijke ziel nodeloos op te blazen. Saved by the jingle bell!
Of beter gezegd: IN de winkels. Vooraleer mijn blog helemààl een veredeld reisdagboek-met-grote-vertraging wordt: nog eens een item over het leven van alledag, USA style.
Eén van de (vele) dingen waar ik hier erg tevreden over ben zijn de openingsuren van de handelszaken. In heel wat winkels kun je zeven dagen op zeven terecht, vaak tot 9 uur ’s avonds en later. En ik heb het dan niet alleen over gigantische supermarkten (waarvan sommige simpelweg nooit sluiten: ‘OPEN 24/7!’) of de generieke filialen van grote ketens. Ook de deuren – inclusief lekker ouderwetse klingelbel – van de bonte verzameling locally owned businesses en snuisterwinkeltjes staan de hele week van de vroege tot in de late uurtjes open.
Een heel verschil én verademing met de situatie in België, moet ik zeggen. Zelfs de bekende winkelstraten met hoge Monopoly-prijskaartjes, pakweg de Veldstraat in Gent, worden tijdens de werkweek pas rijkelijk laat wakker en gaan onherroepelijk met de kippen – die met de gouden eieren, waarschijnlijk – op stok om 18u. Als ik tijdens mijn doctoraat aan de UGent iets van non-food shopping gedaan moest krijgen zat er niks anders op dan vervroegd mijn bureau te evacueren en in sneltreinvaart op mijn fiets te springen. Niet echt ideaal, en al bij al een triestige bedoening.
De dienstverlening in de winkels zelf is trouwens uitstekend. Zelfs bij de kleine kruideniers is je mandje uitladen en betalen zowat het enige wat de klant hoeft te doen. Al je aankopen worden door de kassier(ster) met verbluffende behendigheid en precisie netjes in zakken gestapeld. (Meestal zakken uit bruin gerecycleerd en composteerbaar karton, want dat is beter voor het milieu. In België werd een tijdje voor mijn vetrek de zakjesheffing ingevoerd, Santa Cruz plant er nog een schepje bovenop: er is een wet in de maak die plastic zakken voor eenmalig gebruik simpelweg zou verbieden.) Voor gezinnen met kinderen en andere grootverbruikers wordt spontaan een hulpkassier opgetrommeld, die hun aankopen tot aan de koffer van de auto draagt.
Het imago van hardwerkend Amerika is dus niet zomaar een cliché: de boutade wordt voelbaar waargemaakt op de welkomstmatten van de middenstand, evenals daarbuiten. Ook banken (die toch traditioneel bekend staan om gesloten te zijn zodra er ook maar een dag vaag naar vakantie ruikt) doen vrolijk mee met de klantvriendelijkheid en zijn tot 18u open, warempel zelfs op zaterdag. Ook mister postman – in onze straat miss postlady, een verre van onknap Aziatisch meisje
– komt 6 dagen op 7 langs, én de bedeling verloopt in 2 richtingen. Mits het inslaan van wat postzegels (die je hier trouwens bij de bankautomaten kunt kopen terwijl je geld afhaalt) is een postkantoor of -bus zoeken niet nodig als je iets wil verzenden. Correct gefrankeerde boodschappen worden door de postbode meegenomen van aan je voordeur naar het sorteercentrum. Zo was meteen ook het mysterie van de vlagjes aan de Amerikaanse brievenbussen, die je vaak in films ziet opduiken, opgehelderd. Als het vlagje omhoog staat weet de postbode dat hij zijn grappige snorfietsautootje moet stoppen om outbound mail op te pikken. The postman always frings twice, inderdaad. (Mijn excuses aan de niet-West-Vlamingen die zich hun hoofd breken over dit mopje.*) Onze bus heeft geen vlagje, maar enveloppen ernaast ophangen met een wasknijper werkt even goed
Met service van een dergelijk hoog niveau is het mij een fascinerend raadsel hoe laag de tarieven van onze goede getrouwe USPS (United States Postal Service) wel zijn. Of misschien eerder hoe absurd hoog de Belgische, al is alles relatief. Voor een luttele 29 dollarcent kan ik een ‘genormaliseerde zending’ (je weet wel, een niet al te zware brief of postkaart zonder gekke formaten) naar eender waar in het uitgestrekte land sturen. Naar mijn collega 3 straten verder of een vriend in Massachusetts 5200 kilometer hiervandaan, het maakt niet uit. De prijs blijft dezelfde en ook in dat laatste geval wordt levering binnen de 5 dagen gegarandeerd. Ik zie maar 2 mogelijkheden: ofwel zit de Amerikaanse Post nog mijlenver dieper in de schulden dan de Belgische, ofwel is ze gewoon efficiënter georganiseerd.
En nu moet je mij excuseren: het is hier net 19 uur voorbij, een ideaal moment om wat inkopen te gaan doen
* fringen is het West-Vlaams dialect voor remmen. De woordspeling met de filmverwijzing ga ik niét uitleggen.
Jawel: een dubbelslag vandaag, met een tweede korte update. Chemische kenners interpreteerden de bovenstaande vreemde titel misschien als een concentratie in parts per million, maar geen paniek: er is geen gaswolk ontsnapt of zo.
De zuinigheid van auto’s wordt in de VS uitgedrukt in de afstand die je kunt rijden met 1 brandstofeenheid, ofte miles per gallon (mpg). Misschien kan ik een andere efficiëntiemaatstaf lanceren speciaal voor roadtrips: de sightsee-index, in pictures per miles
Ik was afgelopen zaterdag- tot en met dinsdagavond op uitstap ter gelegenheid van ons verlengde Memorial Day weekend. Ik had met plezier live op verplaatsing willen bloggen, maar daar staken de lange uren op de weg (maandag was de topdag, van 8u30 tot 23u30) een stokje voor. Na het noodgedwongen aanpassen van mijn planning een week geleden (de National Parks die ik oorspronkelijk wou bezoeken zijn voorlopig nog altijd enkel met sneeuwkettingen toegankelijk) werd het een highwaylus 80 East – 395 South – 101 North, die de Sierra Nevada bergketen doorkruist en omcirkelt.
Zondag was een behoorlijk druilerige bedoening. Een onverwacht stormfront – met lichte sneeuwval op de bergpassen, een hagelbui als lunchtoetje en temperaturen maar nét boven het vriespunt – zorgde voor spannende taferelen op de weg en blokkeerde de mooie vergezichten. Maar daarna klaarde het gelukkig op en kon de mini-vakantie echt beginnen. Talloze uren scenic autorijden werden afgewisseld met tussenstops bij historisch spookstadje Bodie, Mono Lake en Bristlecone Pine Forest, waar je het oudste levend wezen op de planeet kunt aanschouwen. In totaal leverde dat bijna 670 foto’s op, waarmee je meteen ook kunt berekenen hoeveel asfalt mijn trouwe vierwieler en mezelf dit keer hebben afgemaald
Meer details volgen zeker later nog, hierbij alvast een zicht op Mono Lake vanaf Highway 395. Verre van het beste kiekje van mijn trip, maar wel de foto die de computer binnenrolde met bestandsnaam 0001. De geresette nummering betekent dat ik sedert de ingebruikname van mijn huidig fototoestel (in oktober 2009) 10.000 foto’s heb genomen. Op naar de volgende schijf, zou ik zeggen. Cheese!
Twee toemaatjes bij eerdere posts die ik jullie niet wil onthouden. Foto’s zeggen meer dan duizend woorden, maar als zelfs dat niet genoeg blijkt, is er gelukkig nog bewegend beeld
Het eerste filmpje schoot ik – met zicht op de Hollywood letters, toepasselijk genoeg – bij Griffith Observatory. Het was mijn eerste succesvolle opname van een kolibri. De fascinerende vogeltjes komen massaal voor in Californië, en bezoeken zelfs geregeld mijn tuin. Maar ze zijn zo razendsnel dat vooraleer je nog maar denkt je camera in aanslag te nemen, ze alweer zijn verdwenen. Met hyperkinetisch gefladder manoevreren ze sierlijk van bloem naar bloem om nectar te drinken, en hop ze zijn weer weg. De vogel is gaan vliegen, zeg maar, in alle betekenissen
Dat het mij uiteindelijk in Los Angeles of all places dan toch lukte om eentje min of meer stabiel in beeld te krijgen, was een mooi meegenomen en grappig toeval.
Na het natuurspektakel heb ik ook nog een streepje man-made entertainment: de fonteinshow van het Bellagio hotel. Waterstralen van soms meer dan tien meter hoog dansen elk half uur netjes in de maat van muziek (zet dus zeker je computerluidsprekers aan) en lichteffecten. Eén van de zeldzame dingen die ik persoonlijk mooi én smaakvol durf noemen in Las Vegas, doe er uw voordeel mee. Het patriotisch gezang moet je er weliswaar bijnemen, maar ook “Your Song” van Elton John duikt elke avond op in hun playlist, mocht dat een troost zijn
Ten dans!
