Vooraleer echt van wal te steken: eerst een paar dienstmededelingen. Met plezier kan ik melden dat mijn bezoekers van eventjes terug al een tijdje weer veilig en wel terug in België zijn aanbeland. En met wat kleine vertraging, hun biologische klok uiteindelijk ook
Ondertussen is ook – na een volledig computerloze week – de familie Mac uit kostenloze herstelling en weer thuis op hun vaste stekje neergestreken.
Het gebeurt niet vaak, maar als het zover komt is er een goeie reden: ik ga eens reclame maken voor een film. Ik bekijk minstens wel 1 DVD per week en ben onlangs eindelijk ook nog eens in een bioscoop geraakt, om naar Inception te gaan kijken. Zeker de moeite waard om er een item aan te spenderen, want kort samengevat: dit is naar mijn mening met gemak één van de beste films van de voorbije jaren.
Waar gaat het zo’n beetje over? In een notendop, zonder iets te verklappen: Cobb (vertolkt door Leonardo DiCaprio) leidt een team gespecialiseerd in het stelen van informatie. Safes hoeven niet gekraakt worden – ze hebben een veel vernuftiger truc: ze dringen dromen binnen, en ontfutselen zo de diepste geheimen van hun doelwit. Op een dag worden ze benaderd door een multimiljonair met een aanvraag voor het omgekeerde, nog straffere kunstje: het inplanten van een idee in het onderbewustzijn van de erfgenaam van een zakenconcurrent. En dan begint de pret natuurlijk.
Er wordt grondig overlegd en nagedacht. Heel diep nagedacht. De opdracht is verre van eenvoudig: er moet een droom-architect gevonden worden, en het gesmede plan noodzaakt dromen in dromen, die in telkens exponentieel langere tijd plaatsvinden.
Een lokale recensent van de Santa Cruz Good Times raadde aan om na afloop ruim tijd te nemen om na te genieten en alles te laten bezinken. In zekere zin overbodig advies: de film blijft lang na de aftiteling als vanzelf beklijven en zelfs 2 dagen later nog heerlijk nazinderen. ‘James Bond meets The Matrix’ schreef een andere criticus, en ik kan hem geen ongelijk geven. De spanning zit er goed in en het zit bijzonder vernuftig in elkaar. Tel daarbij een warm kleurenpalet en knappe visual effects, en je zit goed voor 150 minuten oogstrelende cinema.
Kunst is uiteraard erg subjectief en je hoeft me niet op mijn woord alleen te geloven. Dus tot slot nog dit even meegeven. Blijkbaar hebben ondertussen al meer dan 150.000 mensen hun oordeel geveld op dé filmwebsite imdb. Met een verbluffende gemiddelde score van 9.1 op 10 is Inception, nog niet eens 1 maand na de Amerikaanse release op 16 juli, al naar de ranking van ‘3e beste film aller tijden’ gekatapulteerd.
Gaat dat dus zien enneh… sweet dreams
Bron foto: Warner Bros Movies – officiële Inception website (link hierboven)
Om in het thema van de vorige titel te blijven…
De tijd vliegt, en mijn bezoekers ook. Afgelopen zaterdagmorgen zijn we in de veel te vroegte afgezakt naar San Francisco International Airport. SFO voor de vrienden, het praat in elk geval wat makkelijker. Na hun geslaagde Californisch avontuur brengen ze nog eventjes wat tijd door aan de andere Amerikaanse kust in New York, om van daaruit heel binnenkort weer huiswaarts te keren naar Belgenland.
We hebben ons allemaal uitstekend geamuseerd, gezellig bijgepraat en allerhande moois gezien – we kunnen zonder enige twijfel terugkijken op een heel aangename summer break. Voor mij was het soms een behoorlijk drukke maar plezante bedoening om tegelijk reisorganisator, houder van een bed & breakfast, chauffeur, tourgids en tussendoor werkmens op de unief te zijn. Maar ook en vooral heb ik met volle teugen (mee)genoten van wat deugddoende vakantie!
Binnenkort komen daar wellicht wat sfeerbeeldjes bij, maar nog even geduld. Ik kamp namelijk met een ernstig technisch probleem. Ik ben momenteel geheel computerloos thuis en blijf bijgevolg na de werkuren noodgedwongen nog even plakken in mijn uniefbureau om dit stukje te tikken. Vorige week is mijn geliefde iMac in panne gevallen, hoogstwaarschijnlijk door een defect RAM latje. Minder dan anderhalve dag later heeft mijn MacBook Pro laptop, die dienst deed als tijdelijke en enige vervanger, er ook de brui aan gegeven door zijn scherm op nonactief te zetten.
Op zijn minst een mysterieus, zeer jammerlijk en erg vervelend toeval. Maar uiteindelijk blijkt het na een noodbezoek aan de dichtstbijzijnde Apple store nog heel goed mee te vallen – vooral voor mijn portemonnee. Het probleem met de grafische kaart dat ervoor zorgt dat het scherm akelig zwart blijft is een gekende constructiefout van dit specifiek type macbook en wordt kosteloos gerepareerd, en de desktop met zijn sputterend geheugen is nog ruim in garantie.
Even was Steve Jobs en zijn hippe gevolg erin geslaagd mij behoorlijk slecht gezind te krijgen, maar over een paar dagen is het hopelijk weer eind goed al goed als mijn fruitige vriendjes weer thuis zijn.
Ik blijf er alvast rustig van overtuigd: an Apple a day keeps the doctor away
Het is tijd voor een streepje vakantie. Buitenlandse vakantie! Nee ik kom voorlopig niet naar België maar… België komt naar mij
Mijn broer en m’n beste kameraad zijn momenteel hierheen onderweg. Het is voor allebei hun eerste intercontinentale oversteek, en Amerikaanse vuurdoop. De vlucht is mooi op tijd vertrokken, en ruw geschat hangen ze op dit eigenste moment ergens boven centraal Canada. Ik ga ze straks ophalen in de luchthaven van San Francisco. En ze kunnen gerust zijn: er staat hen de komende 10 dagen een gezellig, zonnig en onvergetelijk Californisch avontuur te wachten, geregeld met mij als gratis tourgids erbij.
Welcome to paradise, dudes.
Op dag 4 boog mijn koers voor het eerst terug richting noorden, om langzaam maar zeker de grote wegenlus te sluiten. Netjes op schema en best toepasselijk, zo precies halfweg mijn avonturentocht.
Vanuit Phoenix gaat het langs Arizona Highway 17 gestaag bergop richting het Colorado Plateau, meer dan 2000 meter boven zeeniveau. En het kwam al eens eerder aan bod: tijdens dat klimmen zie je de omgeving langzaam maar zeker veranderen.
Even buiten de hoofdstad overwint de snelweg eerst een aantal heuvels bezaaid met saguaro’s, bijzonder mooi om te zien. De stopplaats een halfuur verderop biedt uitzicht over een winderige, relatief schrale tussenvlakte. Het bleek een laatste stuiptrekking van de verzengende omstandigheden. Weinig later moet de Sonora woestijn zich beetje bij beetje gewonnen geven en zien hoe de begroeiing met elke kilometer groener en weelderiger wordt.
Iets over halfweg verliet ik de hoofdsnelweg, voor een ommetje door Sedona. Over het stadje zelf was het mij niet te doen: er valt weinig speciaals te beleven. In de omgeving errond des te meer. De streek is genesteld tussen tal van puntige heuvels uit gesteente met opvallend rode kleur. Vooral Cathedral Rock is de omweg waard, en dermate beroemd dat het kennelijk de meest gefotografeerde rotsformatie van Arizona is.
Op de kaart leek de rots ietwat verstoppertje te spelen achter een woonwijk, dus ik had een gedetailleerde route bij de hand. Dat opzoekwerk bleek volkomen overbodig: bijna onmiddellijk nadat je de zijweg inslaat ontvouwt zich in de diepte een spectaculair rood-groen landschap met in het midden, jawel, een cathedraal van een rots waar je simpelweg niet naast kunt kijken. Een vermoede steen van een paar meter hoog ergens in een hoekje bleek zowaar een uitgestrekte kabouterversie van Monument Valley met gratis plantengroei erbovenop… Zonder twijfel de grootste verrassing van de hele reis.
Eens Sedona en de rode rotsen voorbij maakt Highway 89A een spectaculaire klim. Kronkelend door granietachtig gebergte met uitgestrekte naaldbossen vind je opnieuw aansluiting met de 17 richting het stadje Flagstaff.
Van daaruit is het een Amerikaanse boogscheut – lees: 2 uurtjes rijden – naar het ultieme pièce de résistance van de trip: de wereldberoemde Grand Canyon. Omdat dit natuurwonder op zijn minst een apart hoofdstuk verdient én ik er graag de spanning wat inhou, hoor en zie je de volgende keer wat ik er beleefde.
Want zeg nu zelf, nietig water dat zo’n adembenemend mooie kloof met steile wanden in de aardkorst uitkerft: het is een – komt ie – cliffhanger om u tegen te zeggen
De Memorial Day flashback soap loopt nog steeds, en we zijn intussen aanbeland bij dag 3. Vanuit Twentynine Palms ging het verder landinwaarts. Eerst via Highway 62, die een wijde boog rondom Joshua Tree maakt, en zo naar Highway 10 die me tot in centraal Arizona zou brengen.
De relatief lange reisweg op zich viel behoorlijk tegen. De 62 biedt hier en daar een paar mooie woestijnuitzichten op dramatische rotsformaties. Helaas onfotografeerbaar, waarvoor excuses – de weg is er smal zonder enige berm. Daarna is het snel uit met de scenic pret. Highway 10 verdient zonder twijfel de grootste onderscheiding in de Weg der Saaiheidologie. Zoals wel vaker het geval met Interstates, zit er amper variatie in de weg zelf en is er akelig weinig te zien erlangs. Voor vele tientallen kilometers aan een stuk volgt het asfalt een kaarsrechte lijn over bijna vlak terrein. Ik heb welgeteld 5 bochten gezien tussen de staatsgrens en Phoenix en geloof me vrij, het maakt autorijden verrassend moeilijk en zeer eentonig. Ook de iconische suguaro’s, cactussen met armen en één van de staatssymbolen van Arizona, waren nergens te bespeuren.
Vooraleer mijn – figuurlijke – tenten op te slaan in Phoenix, zoefde ik de metropool-hoofdstad voorbij en volgde de ringweg doorheen een eindeloze ketting voorsteden richting de Apache Trail. Deze stretch lokale tweevaks highway is de omweg waard in goud. Na een paar kilometer is het al bingo en spot je het silhouet van een eerste saguaro. Luttele minuten later stond ik op de parkeerplaats van het Lost Dutchman State Park, vanwaar een netwerk aan wandelpaden begint doorheen dit adembenemende stukje wildernis. Het contrast met de vermoeiende autorit kon bijna niet groter zijn. Een roestbruine rotsformatie die statig uittorent boven de omgeving, aan de horizon verscheidene andere rotspieken, en het licht glooiende landschap daartussenin bezaaid met wondermooie vrije natuur en cactussen in de gekste maten en vormen.
Het hoeft dan ook niet te verbazen: het werd een uitstekende fikse wandeling in een intussen draaglijke warmte onder de gouden avondzon, in het gezelschap van schattige huppelbeestjes en met vogelaria’s op de achtergrond. Ik liep zelf bijna te fluiten toen ik net na zonsondergang fris en monter terug aan mijn auto belandde. Mijn dag was op slag weer goed, en ik was klaar om Arizona verder in mijn armen te sluiten.
En ook voor jullie is er goedgemutst nieuws: naast de gebruikelijke foto’s – zie de links in de tekst hierboven – bracht ik dit keer ook een leuk filmpje mee van mijn avontuur. Het begint met een konijntje, en op het einde blijkt het veranderd te zijn in…
Wel, daarvoor moet je zelf kijken. Hocus pocus pats
Het is 4 juli vandaag en dat betekent: Independence Day! De Verenigde Staten mogen kaarsjes uitblazen, dit jaar 234 om precies te zijn, op de taart die hen onafhankelijk maakte van het Britse bestuur.
Er worden hier en daar parades en andere thema-events georganiseerd ter ere van de nationale feestdag, en sommige winkels sluiten iets vroeger dan anders. Maar afgezien daarvan gaat het leven zijn gang zoals op elke andere zon- en feestdag, en dat betekent: business as usual. En het traditionele vuurwerk, hoor ik je denken? Dat blijft dit jaar quasi overal achterwege: net zoals bijna elke gemeente in Centraal Californië zit Santa Cruz krap bij kas, en wordt het schaarse bugdet liever op andere, nuttiger wijzen gespendeerd.
Een drache nationial hebben we niet gehad, maar het weer was toch behoorlijk nukkig. Het werd een onverwacht kille en grotendeels zwaar bewolkte dag die moeilijk zomers valt te noemen met temperaturen van amper 16 graden. De vlaggen – hiernaast de mijne – waren daarentegen wél in hun nopjes: de strakke oceaanbries deed hen naar hartelust wapperen aan heel wat huizen.
Over een goed uur is het ook voor onze Stars and Stripes uit met de pret. Want ‘aangename’ bries of niet: ook vlaggen moet op tijd hun bedje in
Den Grooten Avontuurentocht, deel twee: zaterdagmorgen ging het vanuit Pasadena verder oostwaarts, richting Joshua Tree National Park.
Onderweg zie en voel je, met elke mijl verder landinwaarts, hoe de omgeving langzaam maar zeker verandert. De vegetatie wordt schraler en het laatste restje koele zeebries verdwijnt. In de plaats verschijnt een nog net aangenaam warme landlucht die met verrassende hardnekkigheid over de geroosterde bodem blaast. Een landschap ook met onverwachte contrasten. Terwijl je half puffend je benen even strekt op een parkeerplaats langs de snelweg, heb je uitzicht op bergtoppen bedekt met een flinke laag sneeuw. Sneeuw! Het lijkt zo vlakbij dat je het witje goedje in gedachten bijna kunt aanraken, een heel gek gevoel als de thermometer al boven de 25 graden aanwijst in de vroege voormiddag.
Joshua Tree is wat hoger gelegen, wat de hitte afzwakt en ook tijdens de namiddag relatief draaglijk houdt. Het Nationale Park overlapt met 2 verschillende ecosystemen en je kunt bijna niet naast de denkbeeldige overgang kijken als je het doorkruist. De contrasten zijn zo opvallend dat ik beide zones in een apart foto-album heb gestopt.
Zoals wel vaker het geval is, is hoogte een cruciale factor in het bepalen van het landschap. De noordelijke, hoger gelegen en dus koelere helft maakt deel uit van de Mojave woestijn. Het is hier dat de eigenlijke Joshua trees in grote aantallen voorkomen. De plant met iconisch en zeer fotogeniek silhouet is eigenlijk geen echte boom maar een yucca, en dankt zijn naam aan de eerste Westerse kolonisten die de streek doorkruisten. Ze zagen in de vertakte stammen de opgeheven armen van de bijbelfiguur Jozua, die hen aanmaande hun pelgrimstocht verder te zetten richting Stille Oceaan.
De Colorado woestijn neemt het zuidelijke, lager gelegen gedeelte voor zijn rekening. Met bijna elke meter dichter bij zeeniveau wordt neerslag (nog) schaarser en stijgt de temperatuur voelbaar. De begroeiing wordt al snel schraal totdat uiteindelijk enkel nog een genadeloze dorre vlakte overblijft. Eén van de opvallendste florale bewoners die toch nog weet te overleven is de Cholla cactus. Vanop een zekere afstand ziet hij er bijzonder fluffy uit, maar schijn bedriegt uiteraard: dit is een teddybeer met stevige klauwen. Zoals sommige onvoorzichtige / overmoedige bezoekers aan den lijve konden onvervinden, zijn de naalden vlijmscherp en moeilijk te verwijderen.
Na mijn bewuste niet-knuffelsessie trok ik terug richting noorden. Behalve ontelbare yucca’s in klein en groot formaat zijn er her en der interessante gesteenteformaties te vinden. Rotsblokken met mysterieuze kerven en bizarre vormen lijken soms opeengestapeld als een bouwwerk in geologische lego. Naast heel wat klimmers weten ze ook fotograferende toeristen zoals ondergetekende te bekoren, omdat ze vooral bij de warme gloed van de ondergaande zon een fantastische achtergrond vormen voor de joshua trees.
Met die mooie plaatjes op zak was het tijd om afscheid te nemen van een alweer uitstekend geslaagde vakantiedag, en van een verdiende nachtrust te gaan genieten in het vlakbij gelegen stadje 29 Palms. Ik moet toegeven: ik heb ze niet geteld, maar schaapjes des te meer
We flitsen terug naar 28 mei: het begin van mijn extra-large-verlengde Memorial Day weekend. De aankomstlijn lag die vrijdag in Pasadena, op een kleine 2 uur rijden – Californisch voor vlakbij – van de eerste hoofdbestemming van mijn reis: Joshua Tree National Park.
Qua locatie had ik evengoed één van de letterlijk tientallen andere rand- en voorsteden van Los Angeles kunnen kiezen als uitvalsbasis. Maar de optie Pasadena was niet toevallig. Het gezellige stadje is bekend omwille van de rijkelijke aanwezigheid aan interessante architectuur. Je voelt trouwens onbewust aan dat ook de inhoud van de stadskas als vrij rijkelijk kan omschreven worden. Er wonen heel wat welstellende mensen, comfortabel genesteld buiten de hectische drukte van downtown LA en ver genoeg van de meer verloederde of onpersoonlijke suburbs. De chique kunstgallerijen in het straatbeeld (en bovengemiddelde bedragen op de hotelfactuur) zijn alleszins een mooi teken aan de fris opgepoetste wand.
Mijn route vanuit Santa Cruz verliep grotendeels over Highway 101. Een zuidoostwaartse koers min of meer parallel met de kustlijn, die je op sommige stukken van het traject vlak naast je rechterraampje kunt bewonderen.
Even voor Santa Barbara verliet ik de hoofdsnelweg, voor een ommetje langs Solvang. Het viel oorspronkelijk nogal tegen. Dé toeristische trekpleister is de verzameling van Deense huizen, een bouwstijl destijds geintroduceerd door de eerste Noord-Europese inwijkelingen. Het hele thema-concept waartoe die voorgeschiedenis heeft geleid is wat mij betreft niet bepaald aantrekkelijk. Ik had het eigenlijk moeten weten… Houten chalets en opschriften met doorstreepte o’s in gothische lettertypes middenin een Californische setting: het moet wel nep aanvoelen. Ik kan het niet beter omschrijven als een Scandinavisch Disneyland, waar je niet raar zou opkijken als de gevels van de winkeltjes opeens omverwaaien en niets meer dan een kartonnen filmdecor blijken te zijn. Solvang heeft bovendien te lijden onder wat ik het ‘lokale-highway-doorkruist-klein-stadje-syndroom’ zou noemen: van verkeerslicht naar stopbord stapvoets verkeer dat constant vastloopt door overstekende hordes toeristen, en een nachtmerrie voor wie parkeerplaats hoopt te vinden.
Maar niet getreurd, integendeel. Vlak na het doorworstelen van het stadscentrum passeerde ik langs Mission Santa Ines. Een spontane en leuke verrassing: de locatie was mij blijkbaar volledig ontgaan tijdens het uitstippelen van mijn route de dagen ervoor. Een leuke opsteker: de missie biedt een aangename stopplaats die er wél authentiek uitziet. Na een welverdiende lunchpauze in de pittoreske tuin van de missie bezorgde Highway 154 me mooie uitzichten over Lake Cachuma, een nabijgelegen stuwmeer, vooraleer terug te buigen richting Highway 101.
Een paar uur en verkeerswisselaars later belandde ik uiteindelijk zonder verdere problemen en met relatief weinig file op mijn bestemming. Netjes op tijd bovendien om Pasadena in gouden avondgloed te kunnen aanschouwen. De belangrijkse missie van de eerste dag was daarmee helemaal geslaagd: ik was in opperbeste vakantiesfeer, helemaal klaar voor het échte avontuur!
Of moet ik zeggen: tussen de mijlen? Vooraleer de grote reisverhalen in te duiken, zijn er een paar items die me zijn bijgebleven van tijdens de vele meestal fijne uren die ik al cruisend in de auto heb doorgebracht. Memoriabele – heb je ‘m? – momenten waar dus geen foto’s van bestaan, maar die ik jullie toch niet wil onthouden.
Het begon al op de eerste dag. Tussen Santa Barbara en Los Angeles is een stuk Highway 101 met, en ik verzin dit niet, een rijstrook(je) voor fietsers. Er waren geen wielertoeristen of andere avonturiers te bespeuren, maar het zicht van een fietspad naast de rechterrijstrook vond ik op zich al grappig genoeg. En iedereen maar denken dat Amerika een autoland is. Een paar uur daarvoor had ik ook al 2 eekhoorns zien vechten op de pechstrook. Of er op die plaats veel knappe eekhoornwijfjes voorbijsnorren in hun cabrio durf ik te betwijfelen, maar paartijd is paartijd en dus moet het territorium verdedigd worden, nietwaar.
De voormiddag erna, kort na vertrek uit Pasadena, reed ik op een snelweg met 6 (jawel, zes) rijstroken. Ik weet ondertussen uit ervaring dat dergelijke exuberante hoeveelheden asfalt verre van overbodige luxe kunnen zijn. Want hoeveel rijstroken een Californische freeway ook mag tellen, als rush hour uitbreekt durven ze wel eens allemaal vast te lopen. Ik had die dag, en gedurende de hele trip, niks te klagen: het verkeer verliep op een paar kleine knelpuntjes na overal zeer vlot.
Vanaf diezelfde snelweg verscheen een besneeuwde bergtop aan de horizon, die in mijn ogen verdacht goed leek op het logo van de – vlakbij gelegen – Paramount filmstudio. Na opzoekwerk achteraf bleek dit toeval: de hoofdrol in het openingsfilmpje wordt blijkbaar vertolkt door niemand minder dan Mount Everest. Nu ja, als Belg heb ik natuurlijk het perfecte excuus: wat zouden wij afweten van bergen. Ze lijken uiteindelijk allemaal wel een beetje op elkaar, niet?
In Joshua Tree National Park stopte ik, hoffelijk als ik ben, om een slang te laten oversteken. Het was de eerste keer in mijn leven, en de enige keer van de hele woestijntrip, dat ik een slang in het wild heb gezien. Dit exemplaar, een goeie meter lang schat ik en met zekerheid te dun en sierlijk om een ratelslang te zijn, verdween na enige aarzeling dan uiteindelijk toch in het struikgewas langs de weg. En in Arizona zijn, althans in mijn naieve fantasie, een hagedis en knaagdierachtig beestje me eeuwig dankbaar dat ik hen niet heb platgereden.
Ergens onderweg, in centraal Californië op de laatste dag als ik me goed herinner, wordt de afrit naar een staatsgevangenis aangekondigd. 50 meter verder staat een groot bord: ‘NEEM GEEN LIFTERS MEE’. Ik geef toe, behulpzame en zeer verstandige raad, maar het ziet er behoorlijk hilarisch uit, zeker na de nodige uurtjes op de baan. Ook nog het vermelden waard: de melding ‘LAAGVLIEGENDE VLIEGTUIGEN’ aan het luchthaventje nabij de zuidflank van de Grand Canyon. Wat doet een mens dan: je radio-antenne intrekken? Of een ‘niet parkeren’ symbool op je dak schilderen?
Op terugweg naar huis helaas ook nog gespot, op de middenberm tussen Las Vegas en de Californische grens: een auto die overkop was gegaan. Het moet luttele momenten voordien gebeurd zijn, want ik zag nog net de laatste passagier uit het knalwitte al bij al weinig beschadigde wrak kruipen. Een zicht dat toch wel een poos op je netvlies blijft staan, en je grondig herinnert hoe belangrijk voorzichtigheid op de weg is: het kan fout gaan in een flits. De inzittenden zagen er gelukkig als bij wonder ongedeerd uit en deden teken naar het omliggende verkeer dat ze okee waren, en de hulpdiensten verwittigd.
En dat prentje tenslotte? Gewoon om maar te zeggen: grote afstanden afleggen, en dat voor 6 dagen na elkaar, het laat zijn sporen na. Mijn excuses aan iedereen die al etend achter de computer was beland
Het is al een poosje stil maar jawel, hier ben ik nog eens! Met een eerste stukje reisverslag van de grote road trip, en gek genoeg, ik ga eens achterstevoren beginnen. Op die manier hebben we het minst interessante stuk meteen achter de rug. En zo steel ik bovendien wat extra tijd om de rest van de 1200 foto’s verder te doorworstelen – ik zit ondertussen over halfweg de strenge sorteer-selecteer-bewerk procedure.
Het einde van de voorlaatste dag van mijn rondtrip bracht me richting Las Vegas. Beroemd, of zeg maar gerust berucht, omwille van de ontelbare gokpaleizen en wedding chapels in kitscherige architectuur, schreeuwerige lichtreclames en meisjes op bestelling (prostitutie is gelegaliseerd in Nevada). Ik hoef er geen prentje bij te maken: niet meteen mijn natuurlijke biotoop. Waarom er dan toch heen trekken? Het is de enige grote stad nabij de Grand Canyon richting Californië, en als je dan toch in de buurt bent kun je net zo goed ‘eens kijken om het gezien hebben’.
Het was zelfs vrij goed begonnen. Een kwartier na doortocht langs en over de Hoover Dam, op de grens tussen Arizona en Nevada, verscheen de Vegas skyline met oranjerode gloed van de zonsondergang als achtergrond in mijn autoruit. Het had wel iets moois: misschien was het hier al bij al zo slecht nog niet. Sommige van de casino’s huisvesten bovendien gerenommeerde restaurants en ik keek er na 5 dagen on the road enorm naar uit om te genieten van een met Michelin ster(ren) bekroond gastronomisch festijn.
Na inchecken en een verkwikkende douche stond ik een korte wandeling later op Las Vegas Boulevard, beter bekend als The Strip. Ik was er, in mijn chic kostuum, helemaal klaar voor. De topchefs helaas wat minder. Ik was een kwartiertje te laat: de keuken was net dicht. Bij de buren evenmin geluk: alle grote namen bleken te sluiten om 22u stipt. Een onverwachte opdoffer. Je zou denken dat je in een stad waar je de klok rond roulette en poker kunt spelen, ook verfijnd eten kunt vinden op late uren. Dat bleek, om in het thema te blijven, verkeerd gegokt, jammer genoeg.
Na meer dan een uur laveren tussen slotmachines met muziekjes om horendol van te worden en ronddwalen langs roltrappen in een paar bombastisch grote gebouwen vond ik uiteindelijk een open cafetaria. Ik kreeg een middelmatig broodje voorgeschoteld, dat ik voor minder dan 5 dollar zelf beter zou kunnen maken, en een glas wijn van zeer bedenkelijke kwaliteit (dat ik wijselijk amper heb aangeraakt). Het prijskaartje liep op tot net geen 30 dollar, schandalig hoog voor een dergelijke culinaire wanprestatie. Het spreekt bijna voor zich dat ik de gangbare 18% fooi achterwege heb gelaten. Met een hongerige maag en humeur ver beneden nul – het was buiten nog altijd boven de 25 graden, dat zegt genoeg – droop ik iets na middernacht af richting bed. Met het laatste restje energie heb ik toch nog een paar ’sfeer’ (welke?) foto’s gemaakt, ondermeer van het Bellagio casino dat ik herkende uit de Ocean’s (11/12/13) films. De gigantische fonteinen die spectaculair dansen op muziek waren jammer genoeg ook al gaan slapen.
Viva Las Vegas? Heel misschien, Elvis, het moet zijn dat hij destijds een paar uurtjes vroeger op de avond is gearriveerd. Vegas is in mijn en veel andere ogen een stad die sowieso nooit had mogen bestaan. Niet zozeer omwille van de gok- en andere activiteiten, maar vooral wegens de locatie. Het is een volledig artificiële metropool pal middenin een dorre, verzengende woestijn. Een plaats tegen de natuur en alle gezonde logica in – menselijke decadentie met een zware ecologische tol. Ik durf er niet aan denken hoeveel elektriciteit elke nacht wordt verslonden door de neonreclames, en hoeveel miljoenen liters schaars water uit de omliggende stuwmeren worden verspild aan het kunstmatig in leven houden van palmbomen en grastuintjes rond de hotels. Met mijn miserabele avonduitstap daarbovenop wist ik het wel helemaal zeker: er is iets grondig mis met Sin City.
Als afsluiter draag ik daarom met veel plezier dit fijne lied van Depeche Mode op als eerbetoon. Faites vos jeux, Vegas, maar niet met mij.
WRONG
Wrong
I was born with the wrong sign
In the wrong house
With the wrong ascendancy
I took the wrong road
That led to the wrong tendencies
I was in the wrong place at the wrong time
For the wrong reason and the wrong rhyme
On the wrong day of the wrong week
I used the wrong method with the wrong techniqueWrong
There’s something wrong with me, chemically
Something wrong with me, inherently
The wrong mix in the wrong genes
I reached the wrong ends by the wrong means
It was the wrong plan
In the wrong hands
The wrong theory for the wrong man
The wrong eyes on the wrong prize
The wrong questions with the wrong repliesWrong
I was marching to the wrong drum
With the wrong scum
Pissing out the wrong energy
Using all the wrong lines
And the wrong signs
With the wrong intensity
I was on the wrong page of the wrong book
With the wrong rendition of the wrong look
With the wrong moon, every wrong night
With the wrong tune playing till it sounded right yeahWrong (Too long)
I was born with the wrong sign
In the wrong house
With the wrong ascendancy
I took the wrong road
That led to the wrong tendencies
I was in the wrong place at the wrong time
For the wrong reason and the wrong rhyme
On the wrong day of the wrong week
I used the wrong method with the wrong techniqueWrong.
Music and lyrics copyright by Depeche Mode.
