De laatste twee dagen van mijn Labor Day reis vorig jaar waren een combinatie van vooral veel autorijden en een bonte mengelmoes van een paar korte zijtripjes. Oorspronkelijk wou ik ook nog Petrified Forest gaan verkennen. Maar door het omgeslagen weer besloot ik de moeite en grote omweg – die uiteindelijk alleen toch maar verregende wandelingen en foto’s zouden opleveren – te laten voor wat ze waren. Zo kwam ik een paar uur vroeger dan voorzien aan in Flagstaff, Arizona, mijn voorlaatste stopplaats van de trip. Het luchtige programma kwam al bij al nog goed van pas om de overdosis aan adembenemende natuurpracht van de afgelopen week rustig te laten bezinken en nog even voluit te genieten van de luilekkere vakantiesfeer.
Eerder die dag was ik door Monument Valley (de omgeving en tevens gelijknamig indianenreservaat rond de grensovergang tussen Utah en Arizona) gepasseerd. Onder de zwaarbewolkte hemel verliezen de iconische landschappen in rood zand en rotsformaties een deel van hun kracht. Maar de regio blijft – dankzij haar glansrol in talloze westernfilms – hoe dan ook één van dé archetypes van The Wild West. Het trio beroemde rotsbuttes – smalle gesteenteformaties die overeind zijn gebleven en nu hoog uitsteken boven de vlakte die errond werd weggeslepen: differentiële erosieweerstand remember – heeft treffende namen. Twee ervan doen denken aan een stel wanten, met het brede blok de vingers en smalle piek de duim, en heten in het Engels daarom de Left en Right Mitten. De overblijver, Merrick Butte, is vernoemd naar een onfortuinlijke cowboy die tijdens zijn doortocht dodelijk werd getroffen door indiaas pijlenvuur nabij de rots.
Als er al een rode draad liep doorheen de laatste etappe was het misschien wel die van de kitsch. Mijn traject vanuit Flagstaff naar eindbestemming Las Vegas (zo dadelijk nog wat meer daarover) maakte een ruime boog langs Lake Havasu City. Het woestijnstadje werd opgericht door zakenman McCulloch als kuuroord in 1964. Het toerisme kreeg pas echt een boost een paar jaar later toen hij besloot om de London Bridge op te kopen. Het bouwwerk werd in stukjes verscheept vanuit Engeland en steen voor steen weer opgebouwd. De plannen werden sceptisch onthaald: sommige inwoners opperden dat hun burgervader in de waan was geweest dat hij de veel bekendere Tower Bridge had binnengerijfd. De hilariteit werd alleen maar groter toen bleek dat er niks was dat de nieuwe brug kon overspannen. Meneer McCulloch, niet van een kleintje vervaard, liet het niet aan zijn hart komen: hij creëerde de benodigde waterweg dan maar simpelweg zelf door het uitgraven van een brede geul vanaf de nabijgelegen Coloradorivier. Het kunstmatige meer waar speedbootjes worden verhuurd, de omliggende “tropische” cocktailbars en de oer-Engelse architectuur (inclusief wapperende Union Jack): het steekt pijnlijk af tegen de heetgebakerde, schrale vlakte mijlenver in het rond. De toon was gezet om stilaan koers te zetten naar Sin City.
Echte vrienden zullen Las Vegas en ik nooit worden (zie ook: The house always wins). Omdat ik deze keer wél mooi op tijd was voor een verfijnd diner, bleef mijn humeur min of meer peil
Ik geef toe: sightseeing langs de Strip levert af en toe mooie plaatjes op, maar het fake gevoel een flinke waas aan oppervlakkigheid is overal aanwezig. Wat inspiratie opdoen bij Romeinse (Ceasar’s Palace), Franse (Paris Las Vegas, Monte Carlo) of Egyptische (Luxor) stijlen kan geen kwaad, maar de knipoog wordt al snel een half gezicht, inclusief valse wimpers en potsierlijke laag vernis. En zoals het spreekwoord zegt: trop is trop en teveel is teveel. De relatief goedkope overnachtingen, vluchten en huurauto’s maken de stad echter een goede uitvalsbasis voor mensen zoals mij die de weldaad aan natuurpracht in Zuid-Utah en Noord-Arizona willen bezoeken.
Hoewel het casinogebeuren mij koud laat, heb ik uiteindelijk toch nog één “voordeel” van de slotmachines kunnen ontdekken. In de luchthaven, of all places. (Ja hoor zelfs daar maken hun aanblik en computerspelmuziekjes je horendol.) Aan de vertrekgate vormen ze – in mijn geval onder het mom “om het dan toch maar eens geprobeerd te hebben” – een gelegenheid om je klein geld te dumpen en je portefeuille letterlijk en figuurlijk wat lichter te maken vooraleer in je krappe vliegtuigzetel te kruipen. Ik moet bekennen: toen een medereiziger luttele minuten later pardoes 400 dollar tevoorschijn toverde uit de machine ernaast voelde ik me toch een tikkeltje bekocht
De terugvlucht naar San Jose tenslotte vormde een leuke foto-epiloog. Death Valley, de Sierra Nevada bergketen en Central Valley gleden voorbij in de ondergaande zon. Taferelen die een mooie afsluiter vormden op mijn misschien wel mooiste reis tot nu toe, zowel binnen als buiten de VS.
Met ontzag ronddwalen in of uitkijken over rotswildernis in de warme woestijnlucht, het gaat mij duidelijk goed af. Zoals de poster met een snapshot van elk van de 5 National Parks uitstekend samenvat: Utah rocks!
De boog kan niet altijd gespannen staan. Zelfs niet in Arches National Park, dat in totaal ongeveer 2000 (!) natuurlijke rotsbogen van minstens 1 meter opening huisvest. In 1991 had een rotsblok van meer dan 70 kubieke meter – een halve stadsbus, zeg maar – genoeg van het leven in de spotlights en besloot het vanaf de onderkant van Landscape Arch out of the blue naar beneden te vallen. Gelukkig ’s nachts, zonder mensen in de buurt. Sinsdien ziet de voordien al akelige dunne blikvanger er zo mogelijk nog spectaculairder uit. De populaire blikvanger blijft met zijn meer dan 90 meter van basis tot basis tot op vandaag de tweede grootste natuurlijke overspanning ter wereld.
Erosie, de boosdoener van de steenmoeheid, is tegelijk ook de drijvende kracht achter het ontstaan van de natuurpracht in de eerste plaats. Op menselijke tijdsschaal merk je er meestal weinig van, maar water, wind en ijs vreten vreten zich langzaam maar zeker een weg doorheen de rotsen. Terwijl gevestigde formaties korrel voor korrel uit elkaar vallen, worden ondertussen ook nieuwe wonderen gevormd.
Afhankelijk van de gesteentesamenstelling, klimaat en toevallige fluctuaties in erosiebestendigheid zorgt de eeuwige veldslag tussen de elementen en aardkorst voor canyons (Zion, Grand en Cayonlands), puntige rotspieken (Bryce) en dus ook bogen (Arches). Mijn Labor Day uitstap van vorig jaar was net nog een tikkeltje meer dan een heerlijk avontuurlijke sightseevakantie: wie rondreist over het Colorado Plateau krijgt er gratis een spoedcursus toegepaste geologie bovenop.
Afsluiter die dag was de misschien wel beroemdste boog van allemaal: Delicate Arch, tevens symbool bij uitstek van de staat Utah. De wandeling vanaf de parking verloopt gestaag bergop en neemt bijna 45 minuten in beslag. Het pad is bovendien zo uitgekiend dat het zicht op de boog onderweg overal wordt geblokkeerd door een paar rotsen. De spanning wordt er ingehouden tot op het allerlaatste stukje van de trail, waar je opeens oog in oog staat met het verrassend grote visitekaartje van de Beehive State. Het maakt het bewonderen en plaatjes schieten van de majestueuze kromming, in volle glorie uitkijkend vanaf de afgrond over de vallei en schitterend in het licht van de zonsondergang, er alleen maar des te leuker op.
Op terugweg bijna aan de auto werd ik nog uitgewuifd door een paar vleermuizen, die de vertrekkende bezoekers kwamen entertainen met een paar gekke capriolen in de schemerlucht. Speeltijd in faunaland: ook voor vampierbeestjes is het spreekwoord waarmee ik opende uitstekend van toepassing.
We keren nog even terug naar mijn Zuid-Californische expeditie van anderhalve maand geleden, voor een verslagje van de laatste dag. Precies hetzelfde deed ik die bewuste dinsdagmorgen ook: terugkeren waar ik gebleven was. Vanuit Oxnard ging het in plaats van huiswaarts eerst weer richting zuiden terug naar Los Angeles, voor een onvoorzien bezoek aan het Getty Center. Het beroemde museumcomplex huisvest een aanzienlijke privé-kunstcollectie en tijdelijke thema-tentoonstellingen, maar is vooral bekend omwille van zijn vormgeving en hooggelegen ligging, uitkijkend over de stad en omringende groene heuvels.
Mijn nieuwsgierigheid was de dag voordien geprikkeld en onverzadigd gebleven. Dat het Getty Center en bijhorende toegangsweg gesloten is elke maandag wist ik op voorhand. Heel wat minder voorzien was dat de Getty View Trail, een avontuurlijk wandelpad dat vanaf de naburige heuvels een uitzicht biedt, niet langer meer bleek te bestaan en ik het Center dus helemaal niét te zien zou krijgen. Nooit vies van een stevige brok moderne architectuur besloot ik uiteindelijk toch nog een volwaardig kijkje te gaan nemen. Het was gelukkig de flinke omweg – bijna 2 uur in volle ochtendspits, met afwisselend zeer hectisch laverend en sterk vertraagd verkeer – meer dan waard. Elegante en luchtige gebouwen in maagdelijk wit omgeven door kraaknet onderhouden parkjes en tuinen: geniet hier maar even mee.
Zoals je misschien zelf kunt raden, maakte ik ook de laatste dag een paar koninklijke zijsprongetjes in de voetsporen van de Mexiaanse paters. Wat rondkuieren bij Mission San Gabriel, badend in een stralende morgenzon, was een rustgevende ontsnapping aan het snelwegverkeer. Op terugweg naar Santa Cruz stopte ik ook nog in Ventura voor de gelijknamige missie en weelderige stadhuis, en nabij Lompoc aan de Mission La Purisima. Die laatste is een heus State Historic Park, waar niet alleen de typische kloosterkerk maar ook bijhorende boerderij- en woongebouwen zijn bewaard gebleven in oorspronkelijke vorm, weg van moderne bebouwing en ontwikkeling. Een zeldzame hap Californische geschiedenis, die een fijn beeld geeft hoe het landelijke (missionaris)leven er destijds moet hebben uitgezien.
Met dit achter de rug, kan ik me binnenkort weer toeleggen op het eindelijk eens afwerken van de avonturen in Utah van nog maar – ahum – 8 maanden geleden. En mijn kerstuitstap in Arizona, niet te vergeten, en … Het lijkt een vicieuze cirkel, maar in wezen is de remedie verrassend simpel: ik moet ofwel wat meer bloggen, of wat minder op reis gaan.
Ik heb alvast een lichte voorkeur voor antwoord A

Het is fijn om te merken hoe leuke plaatsen blijven fascineren. Ik schrijf vanuit San Francisco, een stad die me om vele redenen nauw aan het hart ligt en ik de voorbije jaren al vele keren heb bezocht of doorkruist. En die ik, ondanks dat vertrouwde element, opnieuw met als het ware fonkelnieuwe ogen kan bekijken.
Ik ben hier sedert maandagavond voor het bijwonen van de MRS Spring Meeting 2011. De wetenschappelijke bijeenkomst wordt jaarlijks georganiseerd door de Materials Research Society en breekt – althans wat mijn persoonlijke conferentie-ervaring betreft – met gemak alle records qua proporties. Het mega-event bestaat uit een 50-tal parallelle symposia (verspreid over het verrassend luchtige Moscone Convention Center) die in totaal een kleine 5000 bezoekers aantrekken. De onderzoeksgroep waar ik werk is dankzij een tiental papers al bij al goed vertegenwoordigd, in de sessies over micro-warmteoverdracht en thermoelektriciteit. Mijn eigen presentatie deze voormiddag (met 70 of zo aanwezigen, goed vergelijkbaar met de opkomst bij de mij veel meer vertrouwde intiemere conferenties) verliep alvast vlekkeloos en scoorde erg hoog op de satisfaction schaal van mijn kritische zelf
Zoals vaak het geval is, werken de congresorganisators samen met hotels in de buurt voor het aanbieden van overnachting aan scherp verminderde prijzen. Een unieke buitenkans om in het Marriott Marquis te logeren, op zijn minst één van de prestigieuze hotels in de hele stad. Ik heb bovendien het geluk om op de 32ste verdieping te zijn beland. Zoals je hierboven kunt zien (na 6 verwoede pogingen om de upload te voltooien over het hotelinternet), zorgt dat voor leuke taferelen vanuit het vensterraam
Morgenavond zet ik terug koers naar Santa Cruz om de drukgevulde business as usual uniefdraad weer op te nemen. Voorlopig is het nog eventjes stiekem genieten van het nachtelijke schouwspel in vogelperspectief. Wie weet mag ik wel een wens doen voor elk fonkelend lichtje?
Sweet dreams, my dearest Frisco.
Los Angeles makes the rest of California seem authentic.
- Jonathan CullerLos Angeles is seventy-two suburbs in search of a city.
- Dorothy Parker
Door grote werkdrukte heeft het even geduurd, maar: het verslag over expeditie Zuid-Californië gaat nog even verder.
Mijn relatief frequente Californische aanwezigheid ten spijt (dit huidig verblijf is intussen al nummer 5 in de exponentieel groeiende rij die in 2005 begon) was ik tot dusver nog nooit in Los Angeles geweest. Grotendeels bewust, moet ik zeggen. LA is niet echt een stad maar een eindeloze sprawl, een voortdurend uitdeinende verzameling substadjes die met elkaar vergroeid zijn via een dens netwerk aan snelwegen en boulevards.
Een paar van die towns en buurten – 72 in totaal, blijkbaar – hebben klinkende namen als Beverly Hills, Venice Beach en Hollywood en zijn wereldwijd bekend. Het is misschien daarom dat LA steevast hoog op toeristenlijstjes prijkt, vooral bij Europese bezoekers. In mijn ogen heeft de gigantische vlek asfalt (die kunstmatig in leven moet worden gehouden door het Los Angeles Aqueduct dat massaal water invoert uit de Sierra’s honderden kilometers verderop) echter maar weinig interessants te bieden. Zeker als je het in verhouding met de bombastische proporties bekijkt: 4320 vierkante kilometer en 15 miljoen bewoners om precies te zijn – anderhalf België samengeperst op een zevende van de oppervlakte. Een stad – een échte stad
– als pakweg San Francisco biedt in dat opzicht heel wat meer sightseekwaliteit in een veel compactere verpakking.
Best intrigerend trouwens: mijn mening wordt opvallend vaak gedeeld door mensen die zelf in Los Angeles wonen of hebben gewoond. Ik ben er een aantal tegengekomen doorheen mijn reizen in Arizona en Utah en steevast lieten ze een promopraatje voor hun thuisbasis achterwege, omdat er ‘zoveel ander moois te ontdekken valt terwijl ik hier ben’. Mijn recente doortocht heeft in elk geval bevestigd wat ik had vermoed. Zelfs het beroemde Zuid-Californische kustklimaat (ja hoor, nog meer zon en vooral minder mist dan Santa Cruz: het bestaat) zou me niet overtuigen om er ooit te gaan wonen.
Begrijp me evenwel niet verkeerd: uiteraard zijn er wel een paar leuke plekjes die een gelegenheidsbezoekje (en het trotseren van de dagelijkse verkeerschaos) waard zijn. Wie zoekt die vindt
Fans van pakweg de Walk of Fame of vanuit een bus huisjes van Hollywoodsterren kijken moet ik echter teleurstellen: dergelijke toeristenvallen zijn niet echt aan mij besteed.
Wat je wel kunt aantreffen in mijn fotorondleiding: een paar – vaak ook letterlijke – hoogtepunten uit mijn ietwat alternatieve highlights tour. Die begon ’s morgens in downtown met het abstract-moderne Walt Disney concertgebouw (denk: Picasso bouwt een zeilschip op het droge) en de wolkenkrabbers van de financiële wijk als voornaamste blikvangers. Daarna trok ik noordwaarts de heuvels in. Vanuit Griffith Park en het gelijknamige Observatory (een nog werkzame sterrenwacht) heb je een mooi uitzicht over de stad – nu ja, als je de smogwaas even wegdenkt
– en de befaamde Hollywoodletters. De wandelpaden midden overvloedig groen zorgen voor een deugddoende verademing weg van urban drukte en snelweggeraas. Ook de relatief afgelegen Mulholland Drive (doet misschien een belletje rinkelen door de gelijknamige film, ik heb hem evenwel niet gezien) die zich over de heuvelkam slingert biedt een paar mooie panorama’s en voelt verrassend landelijk aan. Tussendoor stond nog een ontspannende tussenstop bij Mission Fernando op het programma, om daarna de dag af te sluiten in Santa Monica.
In dat kuststadje is los van een overdosis palmbomen, een klein pretpark en bodybuilders die show staan te verkopen op het strand maar weinig te zien of beleven… niet meteen mijn ding. Maar ach, van een klein beetje toerist uithangen gaat een mens niet dood. Beziet, maar verpink met mate
Bijna halfweg mijn SoCal avontuur: dag 3 op een rijtje zetten. Vooraleer San Diego de rug toe te keren en met grote omwegen weer noordwaarts te trekken, ben ik eerst nog even gestopt bij de missie. Als allereerste gesticht en dus oudste van het hele netwerk kon deze niet in mijn lijstje ontbreken. Achteraf bleek hoe grappig en fascinerend compositie en perspectief kan zijn: ik heb mijn foto’s, op eentje na, onbewust allemaal in het portrait formaat genomen.
Ook rond zonsondergang was het cameragewijs een beetje improviseren. Op weg naar het hotel in Los Angeles heb ik als laatste pitstop Mission San Juan Capistrano ingelast. De missie was uiteraard al gesloten – patertjes gaan slapen na TikTak, dat weet iedereen
– maar niet getreurd. De voorgevel en nieuwe basiliek aan de achterkant zijn op zich al de moeite, én de muurtjes bleken naar Mexicaanse maatstaven gefabriceerd, uit de jaren stillekes bovendien. Lange Europeanen, in mijn geval daarenboven gewapend met een camera met uitklapbaar CCD scherm, kunnen er zonder veel moeite overheen kijken voor een paar geslaagde sfeerbeeldjes.
Met die (gods)dienstmedelingen achter de rug kan ik me volop concentreren op de hoofdbestemming van die dag: Palm Springs. De scenic route landinwaarts was een letterlijk wisselvallige ervaring. Het eerste anderhalf uur kronkelden de bochtige highways zich doorheen regenvlagen en hardnekkige mistbanken. Maar eens het kustgebergte over, lonkten brede opklaringen. Tijdens de afdaling naar en doorkruisen van de Coachella Valley – voor de kenners: die van het gelijknamige muziekfestival inderdaad – was het met volle teugen genieten van het mooie en zonovergoten landschap.
Tenzij je van lelijke, oeverloos uitgestrekte suburbs houdt of golfliefhebber met een dikke portefeuille bent, is er in Palm Springs zelf weinig te beleven of zien. De uithoek van het woestijnoasestadje heeft echter iets speciaals te bieden: de Palm Springs Aerial Tramway. Een telefriekske voor de West-Vlamingen onder ons, en niet zomaar eentje. De kabelbaan is één van de steilste ter wereld, en brengt je onder een hoek van 50 graden in luttele minuten van de heetgebakerde valleibodem naar een bergtop 1,8 kilometer hoger, op 2600 meter boven zeeniveau. Wie last heeft van erge hoogtevrees kan misschien eerst comfortabel gaan zitten vooraleer naar de foto’s te kijken
Op biotopisch vlak wordt de tocht vaak geadverteerd als het equivalent van een trektocht van Mexico naar Alaska. Een tikkeltje overdreven natuurlijk – marketeers en vissers, soms de beste vrienden – maar het geeft toch een idee. Na aankomst in het Mountain Station wachten letterlijk en figuurlijk ‘frisse’ berglucht en panorama’s over de uitgestrekte omgeving. De schrale vlakte beneden contrasteert scherp met het eeuwige groen van eindeloze naaldbomen op de bergflanken. En in dit geval deed een vers wit donstapijt (jawel!) dat pas de dag voordien was gevallen, er nog een flinke scheut bovenop.
Een op en top Californisch winter wonderland dus, uitermate geschikt om als uitsmijter Jan De Wilde te misquoteren: Ik voel me zo woestijnig in de eerste sneeuw
I’m on a roll, this time… (Radiohead met ‘Lucky’, iemand?) Om maar te zeggen: nu ik hoogst uitzonderlijk eens kort op de bal speel met de verslagjes, probeer ik er de vaart in te houden. Met het tweede deel van mijn uitstap van vorige week, bijvoorbeeld!
Nog steeds in de 300 jaar oude voetsporen van de Spanjaarden – wat me en passant bij de hoogst charmante Mission San Luis Rey de Francia deed belanden – arriveerde ik uiteindelijk in San Diego. Het meest zuidelijke punt van mijn trip, en meteen ook van de hele staat. Een paar luttele mijlen voorbij het stadscentrum loopt het rijk van de VS letterlijk ten einde.
De grensovergang met Mexico, richting Tijuana, wordt vaak genoemd als de drukste ter wereld. Omdat het verkennen van Mexico sowieso op geen enkel van mijn verlanglijstjes staat (en me direct ook een gigantische omweg via de Amerikaanse ambassade in Brussel zou kosten vooraleer de VS weer binnen te kunnen) ben ik ruimschoots uit de buurt gebleven. Voor wie toch even de sfeer wil opsnuiven bij José met de pet en tegelijk graag kwaliteitscinema meepikt, kan ik altijd Babel en Traffic aanraden
Op toeristisch vlak staat San Diego, naast een gerenommeerde zoo, vooral bekend voor zijn Gaslamp Quarter. Ondanks de intentie om het historische district wel degelijk te bezoeken die late namiddag, moet ik geïnteresseerden op hun fotohonger laten zitten. De buurt doorworstelen per auto was namelijk al teleurstellend genoeg om zonder verpinken de dag af te ronden en koers te zetten naar mijn hotel, een kwartier buiten de stad, voor een relaxend plonsje in het zwembad.
Ik moest van achter mijn stuur spontaan de vergelijking maken met Fisherman’s Wharf in San Francisco. Ook dé place to be als je de reisgidsen mag geloven, zelf vind ik er bitter weinig aan. Het Gaslamp Quarter lijdt aan de identieke kwalen waar ik als casual sightseeer en hobbyfotograaf een accute toeristenallergie van krijg. De hele buurt is een aaneenschakeling van restaurants, bars en kitscherige souvenirwinkeltjes, een nachtmerrie om te parkeren, doorkruist met nerveus verkeer en gevuld met horden – of zeg maar gerust kuddes – voetvolk gewapend met bombastische rugzakken, lelijke petjes, oversized kinderbuggy’s en ander marteltuig. Zo’n hele mensenheisa is best nog verdraagbaar als er een goede reden voor is, maar daar zit net het grootste probleem: er is eigenlijk bitter weinig waardevols te zien. Toegegeven, hier en daar valt tussen de platte commercie een niet onaardig gebouw met Victoriaanse facade te bespeuren, maar die vind je in grotere en stijlvollere getale elders ook, zelfs in Santa Cruz. Sta mij toe om Radiohead nog even uit de citatenkast te halen: Move along now, nothing left to see / Just our bodies floating down the street.
Haaa, dat lucht op
Wat gelukkig veel meer de moeite waard was, en dus wél in het fotoalbum is beland: het Coronado schiereiland. Het 15 kilometer lange strookje land priemt de Stille Oceaan in net ten zuiden van de stad, bijna parallel met het vasteland. Vanaf de tip heb je een mooi uitzicht over de zo gevormde San Diego Bay, en de skyline van de stad.
Heel veel woorden voor een relatief mager prentjesboek vandaag, het is eens iets anders. Hoog tijd om het (gas)lampje uit te draaien. Baai-baai, San Diego
Highway 101, die de hoofdmoot uitmaakte van mijn lange weg zuidwaarts naar Los Angeles en San Diego vorige week, volgt min of meer het traject van de camino real (waar ik het vroeger al eens over had). Dus waarom niet onderweg geregeld eens stoppen bij een historic mission?
Die zeldzame brokjes Californische geschiedenis zijn vaak architecturale pareltjes en een ideale plek om de benen even te strekken, te genieten van een picnic midden weelderige bloemenpracht, én een paar leuke plaatjes te schieten. Snuister even mee in (van noord naar zuid) Mission Solano, San Miguel en San Luis Obispo.
Het vrolijk getsjirp van de vogeltjes en spreekwoordelijke engelengezang moet je er zelf bij denken, maar het geeft hopelijk toch een idee
Hellow iedereen! Vlugjes even melden dat ik gisterenavond na een deugddoende getaway weer veilig ben aangespoeld in Santa Cruz. Het werd nog een drukgevulde laatste vakantiedag, met heel wat – grotendeels erg aangename – uren in de auto. Een paar extra sightsee-omwegen deden mijn autoteller uiteindelijk op een ronde 1555 mijl (een goeie 2500 kilometer in schoon Vlaams) belanden, niet slecht voor een vijfdaagse. Hiernaast alvast een voorsmaakje van het vele moois onderweg, binnenkort (hopelijk ook echt deze keer
) heel wat meer. Mine! mine! mine!
Jawel: de titels met muzikale knipogen zijn terug
Ik schrijf vanuit de lobby van een hotel op de luchthaven van Los Angeles. Niet dat ik ergens naartoe wil vliegen, daar niet van
Na een aantal rowdy weken op en naast het werk had ik hoogdringend behoefte aan een streepje vakantie. En dat begint niet toevallig vandaag: corporate America geniet van een vrije vrijdag (what’s in a name) ter ere van Cesar Chavez Day. En dankzij een eerdere zondagse werkshift én het overslaan van Presidents Day eind februari kan ik zonder enig verlof te moeten nemen er 5 dagen heerlijk tussenuit knijpen. Een beetje quality time voor mezelf vol zorgeloze ontspannende roadtrip fun, ver weg van overlopende unief-emailboxen: zaaaalig.
Omdat het nog te vroeg is om mijn verlanglijstje aan National Parks voor dit jaar af te lopen – ze liggen allen ten noorden van Santa Cruz en/of op grote hoogte en zijn bijgevolg voorlopig nog toegedekt onder een flinke laag sneeuw – viel mijn spreekwoordelijke dartspijl op de zuidkust van Californië.
De eerste etappe was alvast prima om in optimale vakantiesfeer te komen. Het deed in elk geval deugd om de zon nog eens te zien! De voorbije 2 weken heeft het letterlijk elke dag geregend. Het zomeruur is al 2 weken bezig in de VS maar veel hebben we er nog niet echt aan gehad. De aanhoudende toevloed aan abnormaal koude temperaturen en stortvlagen, die in combinatie met rukwinden en de archaïsche bovengrondse nutsinfrastructuur ook geregeld voor stroomonderbrekingen zorgen, beginnen stilaan iedereen in gans centraal Californië ferm op de zenuwen te werken. Maar er is beterschap op komst, en naar goede gewoonte zijn in het zuiden de opklaringen nu al gearriveerd. Het is een dubbeltje op z’n kant geworden, maar de timing van mijn tripje ziet er wat dat betreft veelbelovend en opbeurend uit
En zo beland ik dus op LAX. Los Angeles ligt op een goeie 6.5 uur rijden van Santa Cruz en is daarom een geschikte stopplaats onderweg naar het uiterste zuiden van de Staat. De hotels in de omgeving van de luchthaven bieden met ruime voorsprong het meeste waar voor het minste geld en zijn daarom een misschien ietwat verrassende, maar niet onlogische keuze.
Morgen trek ik verder naar San Diego (nog 2 uurtjes verder, vlakbij de Mexicaanse grens) en daarna via een inlandse lus langs Palm Springs terug naar LA. Wat lanterfanten in de omgeving en de stadssfeer opsnuiven, sightseeing vanaf het uitgestrekte spaghettinetwerk aan snelwegen, tussendoor een paar historische missions: veel meer heeft een mens niet nodig om tot rust te komen.
Groeten en tot gauw!
